Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SPRINGEN EN DUIKEN

wordt en de richting, waarin de draai of wenteling plaats heeft.

Op voorgaande teekeningen zijn afgebeeld een tweetal sprongen, die behooren tot de groep „Sprongen voorwaarts uit stand en met aanloop”. De eerste afbeelding (71) toont den zweefsprong,

waarover reeds eerder het een en ander werd meegedeeld. De pijltjes en stippellijn geven duidelijk aan in welke richting hef lichaam zich beweegt en welke weg afgelegd wordt. De zweefsprong kan, evenals trouwens vrijwel alle andere sprongen, in gehoekte en gehurkte houding worden uitgevoerd. Wanneer de zweefsprong in gehoekte houding wordt uitgevoerd spreekt men van den snoeksprong. De andere teekening (72) toont de salto voorwaarts in gehurkte houding. Zooals reeds eerder gezegd wordt de draai bij een sprong

grootendeels boven de plank uitgevoerd. Dit kan ook niet anders, omdat zoodra het lichaam weer op de hoogte van de plank is, nog maar een heel kort oogenblik beschikbaar is voor het bren¬

gen van het lichaam in de volledig gestrekte houding, in welke houding het lichaam in het water moet komen. Beide sprongen worden vooraf gegaan door den aanloop. Op de zelfde wijzen, derhalve met aanloopen in voorwaartsche richting kunnen uitgevoerd worden een salto, een zweefsalto, 1 y2 salto, 1% zweef-salto, dubbele salto en de 2y2 salto.

De sprong afgebeeld in teekening 73 behoort tot de groep „Sprongen rug- waarts, uit stand ruglings”. Afgebeeld is

ae zweeisprong rugwaarts. Evenals dij den zweeisprong voorwaarts worden de armen op schouderhoogte zijwaarts gestrekt. De sprong wordt van uit bovenstaanden stand uitgevoerd. De springer mag echter de armen in de plaats van voorwaarts gestrekt ook gestrekt omhoog, dus in het verlengde van het lichaam, houden. Van uit

Sluiten