Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SCHOONSPRINGEN

deze houding en op de zelfde wijze kunnen natuurlijk ook de salto’s uitgevoerd worden.

De Auerbachsprong (afb. 74) behoort tot de groep „Sprongen

rugwaarts, uit stand of met aanloop voorwaarts”. Deze sprongen kunnen dus zoowel uit stand als met aanloop uitgevoerd worden. Op de teekening is de aanloop weggelaten, maar uit de houding van den springer op de plank is duidelijk te zien, dat de aanloop reeds heeft plaats gehad en de springer op het punt staat de plank te verlaten, de armen naar boven te zwaaien, waardoor het lichaam als het ware wordt meegetrokken, om. onmiddellijk daarop de armen in het verlengde van de schouders te brengen. De teekening laat de Auerbachsprong zien in de gestrekte houding.

Ook deze sprong kan in gehoekte en gehurkte houding worden uitgevoerd. Het zal een ieder zonder meer duidelijk zijn, dat

flink ver weg gesprongen moet worden, wil de springer voorkomen, dat hij met het hoofd tegen de plank komt. In verband hiermede zullen de springers goed doen, zich door de medewerking van een ander er van te overtuigen, dat zij ver genoeg van de plank wegspringen om zonder gevaar dezen sprong te kunnen aanleeren. Op deze wijze kunnen ook nu weer de verschillende salto’s uitgevoerd worden. Officieel worden deze sprongen genoemd: Auerbachsalto, Auerbach-

zweefsalto, 1*4 Auerbachsalto, dubbele

Auerbachsalto en 2y2 Auerbachsalto.

De gehoekte zweefsprong op teekening 75 afgebeeld is ingedeeld bij de groep „Sprongen voorwaarts uit stand ruglings.” De sprong wordt dus van uit den op de punt van de plank aangenomen stand uitgevoerd. De teekening behoeft evenals voorgaande

Sluiten