Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SCHOONSPRINGEN

De 1%-salto voorwaarts met gelijktijdige heele schroef is ongetwijfeld de moeilijkste van alle sprongen en wordt dan ook met het hoogste aantal punten gewaardeerd.

Bij het Torenspringen worden de sprongen verdeeld in volgende groepen:

Sprongen voorwaarts uit stand en met aanloop.

Sprongen rugwaarts uit stand ruglings.

Sprongen rugwaarts uit stand of met aanloop voorwaarts.

Sprongen voorwaarts

uit stand ruglings. Afb. 78.

Handstandsprongen.

Van af den toren worden ongeveer de zelfde sprongen gemaakt als van de 3-meter plank. Het heeft daarom geen zin hierop verder in te gaan. De verschillende uitgangs-houdingen zijn reeds in voorgaande teekeningen afgebeeld. Alleen een sprong uit de handstand ontbreekt. Een dergelijke sprong is afgebeeld op teekening 77. De sprong wordt officieel „handstand met zweefsprong” genoemd.

Voor het torenspringen is veel moed en durf noodig, ook al omdat een springer van deze hoogte door een mislukten sprong nog wel eens op een minder prettige wijze op het water terecht kan komen. In den regel weet de springer door op het laatste moment het lichaam in te trekken, de val op het water wat te breken, waardoor hij meer in het water rolt dan er op valt, maar menige springer is van deze hoogte desondanks minder zacht op het water terecht gekomen en met een flinke roode borst of

Sluiten