Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Werken twee oi meer krachten op één lichaam, dan kan men de som van de momenten t.o.v. een punt bepalen. Evenals van gelijk- en tegengesteld-gerichte krachten, spreektr men ook van gelijk- en tegengesteld-gerichte momenten. We kunnen die onderscheiding gemakkelijk onthouden met behulp van de minuutwijzer van een klok. Drukken we tegen de wijzer, zodat deze in de goede richting draait, dan ontstaat een wijzermoment of positief moment. Drukken we in tegengestelde richting, dan ontstaat een tegenwijzermoment of negatief moment.

Tegengestelde momenten, die even groot zijn, maken evenwicht met elkaar.

Voorbeeld:

AB is 6 m en wordt in het midden ondersteund. In A werkt een kracht van 20 kg, op een halve meter van A een van 50 kg, in B een van 30 kg en op 0,5 m van B een van 40 kg. Alle krachten werken vertikaal naar beneden. Bepaal het resulterend moment t.o.v. het steunpunt S.

Oplossing:

Schaal 1 : 100. 1 cm = 10 kg. Fig. 12.

Sluiten