Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De resultante = 50 kg — 80 kg = — 30 kg, d.w.z.: de resultante is 30 kg groot en werkt loodrecht omhoog.

Mk, t.o.v. A= 50kgX 0 m = 0 kgm

MKj t.o.v. A = — 80 kg X 2,40 m = — 192 kgm

S M = — 192 kgm

S K = — 30 kg

a — n£ §>H1 = 4- 6,4 m, d.w.z.; de resultante werkt op

— 30 kg

6,4 m afstand rechts van A.

OPGAVEN.

1. Twee krachten, groot 30 en 40 kg, werken op 56( cm van elkaar loodrecht naar beneden. Bepaal grootte, richting en plaats van de resultante.

2. Zie vr. 1. De kracht van 40 kg werkt loodrecht omhoog. Bepaal grootte, richting en plaats van de resultante.

3. Drie evenwijdige krachten, groot 200, 240 en 280 kg, werken op onderlinge afstanden van 2,5 m loodrecht omlaag. Bepaal grootte, richting en plaats van de resultante.

A. Zie vr. 3. De kracht van 240 kg werkt loodrecht omhoog. \t Bepaal grootte, richting en plaats van de resultante.

5. Op een 5 m lange balk, zwaar 60 kg, werken aan de uiteinden 2 krachten, elk 540 kg, loodrecht omhoog. Op onderlinge afstanden van 1 m werken 4 krachten, groot 255 kg, loodrecht omlaag, de eerste op 1 m van links. Bepaal grootte, richting en plaats van de resultante.

6. Zie vr. 5. Bepaal grootte, richting en plaats van de resultante der omlaaggerichte krachten.

7. Op een wagen, lang^3 m, plaatst men 6 verschillende vrachten van 200, 120, 270, 180, 215 en 100 kg, respectievelijk op 0,8 — 1,2 — 1,5 — 2 — 2,25 en 2,4 m van het achtereinde. Bepaal grootte, richting en plaats van de resultante.

8. Op een veiligheidsklep 0 2 cm, drukt stoom met een

Sluiten