Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kracht van 7 kg/cm2. Het gewicht (K2) is 1,5 kg, de belasting (K3) is 5 kg. AB = 8 cm, BC = 4,56 cm en

Fig. 15.

CD = 31,4 cm. Bepaal grootte, richting en plaats van de resultante dezer krachten.

9. Een kruiwagen weegt met belasting 125 kg. De druk van de grond op het wiel is 105 kg. De afstand tussen deze krachten is 20 cm. Bepaal grootte, richting en plaats van de resultante.

10. Van een staaf, die 1 m lang is en 1 kg weegt, ligt 40 cm op de tafel. Op dit einde rust een blok van 10 kg. Aan / het andere einde hangt een gewicht van 4 kg. Bepaal f grootte, richting en plaats der resultante van deze krachten.

§9.

Herhaling.

1. AB is een vertikale lijn, lang 2,5 cm (A boven). Teken in ^A een horizontale kracht van 20 kg naar links en in B een gelijkgerichte kracht groot 25 kg. 1 cm = 5 kg.

2t_JFeken twee krachten, in hetzelfde punt aangrijpend. Kx = 60 kg en werkt horizontaal naar rechts, K2 = 45 kg en maakt met Kx een hoek van 135°. Kies zelf de krachtenschaal.

Sluiten