Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. Op een balk, lang 7 m werken, met onderlinge afstanden van 1 m, 8 krachten, elk 300 kg. De balk weegt 200 kg

^ en wordt op \ n* van de uiteinden ondersteund. Teken de gegeven krachten en de reacties in de steunpunten, die 1300 kg zijn.

4. De druk op elk der 2 achterwielen van een auto is 1200 kg. De druk op elk der voorwielen is 1£ maal zo groot als op elk der achterwielen. Bereken het totale gewicht van de auto.

5. Een schip weegt 80 ton. Het kan totaal 175 m3 water

verplaatsen. Hoeveel kg goederen kunnen geladen —~ worden?

6. De arm van een balans weegt 750 gram. De schalen zijn gelijk belast. De druk in het steunpunt is 2250 gram.

/ Hoe groot is de druk, die op elk der schalen uitgeoefend wordt?

7. Het moment van een kracht t.o.v. A is + 325 kgm. De kracht werkt 5 m links van A. Bepaal grootte en richting van die kracht.

8. Een ijzeren blok, zwaar 648 kg, steunt op een balk op 1,60 m van de muur, waarop die balk steunt. Bepaal het moment t.o.v. dat steunpunt.

9. Drie evenwijdige krachten, groot 12, 16 en 20 kg, werken

op onderlinge afstand van 1 m, loodrecht omlaag. Bepaal grootte, richting en plaats van de resultante.

Van een staaf, die 1,40 lang is en 5 kg weegt, ligt 60 cm op een tafel. Op dit einde rust een blok van 8 kg. Aan het andere einde hangt een gewicht van 5 kg. Bepaal grootte,' richting en plaats van de resultante dezer krachten.

Sluiten