Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoek met elkaar maken, kunnen ze door één kracht vervangen worden.

Om een wagen te trekken, heeft men er twee touwen aangebonden. Een man loopt links voor de wagen en een ander loopt er rechts voor. Doordat deze mensen niet recht voor de wagen lopen, maken de trekkrachten een hoek met elkaar. De

wagen zou even goed getrokken kunnen worden door een paard, dat er recht voor loopt.

Het toestel, af geheeld in fig. 16, leert ons, dat de resultante der krachten niet gelijk is aan de som.

Door de ijzeren bal worden de unsters een eindje uitgerekt. Ze wijzen allebei 135 gram aan. Er werken dus twee krachten, elk groot 135 gram, onder een hoek. Het resultaat is, dat de bal blijft hangen. Dit zelfde resultaat kunnen we verkrijgen, door de bal aan één unster te hangen. We zien dan, dat er een kracht van 175 g voor nodig is.

Teken de krachten van 135 g in de richting, waarin de unsters hangen en laat ze in één punt aangrijpen. Construeer het parallelogram, waarvan deze lijnen zijden zijn. De diagonaal stelt de richting en de grootte van de resultante voor. Door verandering in de stand der haken, kan ook de stand der unsters veranderd worden.

Sluiten