Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een straat. De bevestigingspunten zijn 15 m van elkaar verwijderd. De lamp hangt in het midden. Daar is de draad 2 m lager dan in die bevestigingspunten. Bepaal de krachten in de draden, die evenwicht maken met het gewicht van de lamp.

7. Een staaf is 1 m lang. Aan het ene uiteinde hangt 34 kg, aan het andere 51 kg. Waar moet de staaf ondersteund worden om evenwicht te maken? (Gewicht staaf verwaarlozen).

8. Een voorwerp, zwaar 40 kg, ligt op een helling met een hellingshoek van 25°. Bepaal de reactiekracht van het vlak (loodrecht op het vlak) en de wrijving (langs het vlak naar boven).

9. Aan een touw, dat over een katrol loopt, hangt een last van 20 kg. Aan het andere einde van het touw wordt ook met een kracht van 20 kg getrokken. De beide parten maken een hoek van 30°. Bepaal de reactie in de as van de katrol.

10. Aan een vertikale paal zijn 2 staaldraden tegenover elkaar bevestigd. De draden maken hoeken van 60° met de grond. In beide draden is een trekkracht van 80 kg. Welke drukkracht in de paal maakt evenwicht?

§17.

Herhaling.

1. Ontbind R = 50 kg in twee evenwijdige gelijkgerichte krachten, waarvan de afstanden tot R 140 en 60 cm zijn.

2. Ontbind R = 10 kg in twee krachten, die op 14 en 21 cm rechts van R werken.

3. Ontbind R = 40 kg in twee krachten, waarvan de grootste, Kj = 100 kg, 28 cm rechts van R werkt.

4. Een schilderij, zwaar 2,2 kg, hangt aan een koord. De ogen zijn 85 cm van elkaar verwijderd. Het koord hangt aan een haak, die 30 cm bóven de ogen is. Hoe groot is de spanning in het koord?

Sluiten