Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij werken goed en niet duur. Ga maar naar de groote hanzen als je crediet wilt hebben, maar je betaalt je uitstel dubbel. Een groote kont heeft een groote broek noodig, schippers! Als de groote werven kwalijk aan werk komen, betalen de kleine schippertjes 't gelag. Alleen maar, omdat ze crediet bekomen. Geld maakt geld. Crediet kost rente. En wie bij ons komt, krijgt zijn schip in 't water weerom, even hecht en houw als we 't gelicht hebben, want de Kroonprinces is een dwarshelling. Groote gedoenten komen de werf niet op; daar is geen plaats voor, op de vier ondersteekwagens. Wie meer dan driehonderd ton vaart, gaat maar op een ander, alwaar ze crediet geven en de ribben en spanten uit hun fatsoen trekken. Driemaal gedokt op een langshelling en 't verband is uit je schip, hoè mooi ze daarover ook praten rond Rotterdam op de groote werven. En 't mag een ouwe reut zijn op de Kroonprinces, hier wordt naar de oude wijs met de hand geklonken, 't Gaat zoo rap niet, maar 't is solied. En we krabben je huid, want we blazen niet met zand. En we lassclien met den steekvlam. En bolderen doen we met vuisten, niet onder 't domme machien. En ons houtwerk komt uit vakmenschen-handen, heel niet van 't timmerfabriek. En hoor toe.... voor binnenbetimmering werkt bij ons een schrijnwerker van den ouden stempel. En onze schilder is in 't equipagevak geweest, die kan nog laqueeren. Ja, ga maar gerust naar de groote hanzen rond Rotterdam, daar krijg je crediet. En uit hun handen een werkstuk, waar je nog pleizier van beleven zal, als je tot aan de laadlijn afgelaaien, in buizig water leit. Ga maar, schippers van den hedendaagschen tijd, van 't windbedrijf, van den ondergang. Ga maar naar de stoomhamers en de luchtliamers van Rotterdam.

J*

Ze staat op haar hakken en overziet het werk. 't Is niet druk dees maand. De Gezina schipper A. Batenburg, Dintelsas kan naaste week onder 't stophout uit. Een welgebouwde paviljoenstjalk, die ze al twaalf jaar heeft weten varen.

Sluiten