Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verder is er een houten zandbak van de Provinciale Waterstaat, die alleen nog maar hoeft gebreeuwd te worden en geteerd en daarmee is 't schoon op. Verdemme! Ze bedenkt dan en overziet dien platboêmden bak, de Provincie bekomt wèl crediet. Waarom eigenlijk de Provincie wel en de schippers niet, ja de reederijen en de scheepsmaatschappijen ook niet? Waarom zal ze, zooals onderlaatst, drie maanden gaan zitten nijdassen met een rekening aan 't adres van mijnheer den hoofdingenieur? Op de Kroonprinces wordt secuur gebreeuwd, dat is gevorderd voor een zandbak, ze weet het goed, maar laten ze dan ook secuur betalen en op tijd. En zou ze de rijke Provincie, waar ze 't geld maar voor het rapen hebben uit allerhand soort grondlasten, wèl crediet verstrekken, maar dien armen tootelaar van de Gessina met z'n acht jonken niet? Vast niet ingenieurtje! Van overwegen tot besluiten hoeft bij haar niet lang te duren. Ze heeft den brief al in haar kop staan, de teekenaar zal hem netjes uitschrijven. Uedele kan om uwedeles zandbak kommen en "111 meenemen in uwedeles vestjeszak, maar Uedele gelieve in contanten mee te brengen: voor lichten en wederom te water laten, zooveel; arbeidsloon item zooveel, hennipwerk, carbolineum en overig materiaal zooveel, verschotten aan vreemd werkvolk nog een kakpostje, maakt samen zooveel. En, meneer de teekenaar.... jij zorgt dat we niet te kort komen aan dat volk, we hebben last genoeg met hun kantonnier hier aan den oever."

„Juffrouw," zegt de teekenaar, „maar...."

„Maar? Maar? Doen zeg ik je! Hebben wij bij de Provincie crediet, als we ze een harden weg vragen? Of bij waterwerk? Kannen we leges bekommen op crediet? Schrijf den brief uit."

„Maar baas Marius zegt toch...."

„Die zegt niks. Ik zeg hier. En als 't jou niet aanstaat, meneer met een hoed op, dan kan je opduvelen, van veertien dagen gaan aftellen. Van avond geef ik je de werkuren en de verschotten op." Ze haalt uit haar kralen rouw-

Sluiten