Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te staren; alsof hij er een rijksdaalder in verloren had. Zoo'n poepfijne ouwerling, met z'n bijbel en domineesschrifturen? Sehippersvolk is vreemd volk. Of het nou van die profeten zijn, of losse zwabbers uit de steden.... allemaal kijken ze zoo doelverloren in het water. Wat heeft dat voor nut ?

Zij zit hier ook stil, zij kijkt óók fel. Maar haar stil zitten en fel kijken heeft een doel. Oogen dwingen, haar oogen zeker. En Marius is niet uit de Gezina gekropen gekomen, toen ze met haar stok hem teeken gaf, dat het buurten nu toch lang genoeg geduurd had. Wat voor kaantjes zitten ze daar samen uit te braaien? Ze zal wachten; o ze kan wachten. Wie veertig jaar geworden is, en een leven achter zich heeft van beheeren en zorgen op een werf, is door de onbesuisde daden heen.

Van haar bolder naar den teekenaar weerom, nog eens kuieren door de houtloods en de smederij, dan maar weer terug naar den bolder en ja ginder aan den dijk ziet ze nu toch Marius staan, het hekken openend voor den voerman die met vaten teer achterom gereden komt. Van de landzijde uit is hun werf zeker op het mooiste niet. Ze weet dat goed. Een goor en laag fabriekscomplex, her en der bebouwd. En dan, 't kantoor is niet meer dan een soort directiekeet. Maar van den weg af valt er, eerlijk gezeid, geen vierduit te verdienen en heel die landzijde kan haar afgestolen worden, heel het land. Hun heul ligt op het water. Van den waterkant kómt het geld en al wat er weer wegvloeit.... het trekt de landzijde op. Debit en credit, water en land.

De teekenaar heeft zijn brief geschreven. In poeslieve woordjes. Of de Hoogedelgestrenge — beware wat een woord — maar eens op de werf wil komen kijken. „Kijken man? Wat is hier te kijken? Een oud wijf en een oud bedrijf. Kijken is het woord niet! Betalen, bedoel ik! En betalen schrijf jij! Of de vent nou hoog of laag, edel of ontaard, gestreng of mak als een lam is.... betalen! Alles wat hij weten moet is dit: geen betalingsaanwijzing meer een

Sluiten