Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maand na dato, en die eerst betaalbaar weer twee maanden na dato. Een andere brief!"

„Maar denk toch aan de klandisie juffrouw."

„Klandisie hebben we niet noodig, geld hebben we noodig."

„Maar ze betalen toch wel."

„Zeker; maar als het hun belieft. Maar ik wil geld zien, aleer ik commandeer: de lieren vieren."

„Goed.... ik zal het schrijven."

,,'t Is je geraaien. En ga nou meteen maar even nazien, of de uitslaner opschiet met de mallen en schrijft er staal voor uit. Want daar komt onze werf agent aan."

„Werk, Gert Borsten?"

„Werk."

„Goed werk?"

,,'n Ingedeukte klipper uit Kampen."

„Van Jansonius! Dat klippertje van Leis? Of is 't er weer een van de suiker?"

„Een gewone avontuurder. Jansonius is het niet, wel z'n zwager, hij heet Zwartewaal. Geld heeft hij niet, maar de zaak hangt bij de assurantie."

„Scheepsrisico? En is er nog niet uitbetaald? Hangt de zaak nog? Hangen laten en hangen zal ik, aleer ik dien Kamper klipper op de werf neem."

„En dat wou ik je nou juist raaien van wel."

„Wie zit straks met de stukken als er geen geld is?"

„Jij niet juffrouw.... maar Scheepsrisico of die schipper. Wij komen in elk geval aan ons geld; de schuit is meer waard dan de reparatie."

)Ja> ja-- zoo worden wij ook avontuurders. Maar daar is baas Marius. Luister Marius, hij heeft werk gevonden. Een Kamper klipper en 't zit zoo en zoo. Tusschen tafel en stoel; scheepsrisico zit nog op de eieren. Ongewis werk, wat jij? Niet doen waar?"

Sluiten