Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geen kwaaie kansen nemen, Cato. Heeft die schipper dan geen geld, Gert Borsten?"

Geen cent meer, baas Marius, maar luister nou; als je de schuit hier hebt, op de Kroonprinces, een handige jongen die er aan komt. En zal je dan je geld niet bekomen? Dat zei ik ook al tegen juffrouw Cato."

„Maar dan maken we dien schipper kapot."

„Dat is hij toch. Hij kan nou eenmaal niet varen in de tegenwoordige presentie waarin de schuit verkeert. En doen wij 't niet, dan doet het een ander."

„Dan maar een ander, 't Is me een te vuile affaire, waar Cato?"

„Maar als Scheepsrisico straks betaalt?"

„Juist juffrouw, die mogelijkheid komt er nog bij."

„Ik zeg, dat moet eerst aan den wal uitgeknobbeld worden. Dat wordt advocatenwerk en dat kan tijen duren."

„Maar, ik denk toch, wij krijgen ons geld eerder, Marius," meende Cato, „als we maar dreigen met verkoop."

„Dat is het 'm juist. En dan gaat zoo'n schippertje er aan kapot, of hij komt onder de woekeraars."

„Wij of een ander."

„Dan maar een ander."

„Nee.... dan wij maar. Hoe groot is 't karwei?"

„Oni en nabij vier mille."

„Hoor eens op. Maar dan wij! Heb je al accoord ter teekening ?"

„Ik kan komen voor de papieren, juffrouw Cato."

„Hoe heet die schipper ook weer? Zwartewaal? Voornamen bekend? Schrijf de aanwijzing uit, maar alleen als we 't aannemen kunnen op uurloon en materiaal. En je procenten bekom je niet eer vóór 't schip op de helling leit."

„Cato.... het is niet zuiver."

„Maar 't is vier mille en wat we misschien nog meer vinden onder de waterlijn. Is de schuit aangevaren?"

„Door een Duitsche raderkast van de reederij."

„Kom op met de papieren!"

Sluiten