Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Cato.... ik zou 't niet doen."

„Dat heb je al gezegd. Ben je bang voor het geld? Ik niet!"

„Voor 't geld niet. Maar we maken dat schippertje kapot."

„Dat heb je ook al gezegd."

„Misschien kunnen jullie 't klipperjte straks nog behoorlijk koopen, juffrouw Cato."

„Juist mijn gedachte."

„Ik blijf het een vuile affaire heeten."

„Dat kan je straks nog zeggen, Marius als Gert Borsten met de aanwijzing weg is. En weet jij wat vuil is? Een werf vol werkvolk leeg te laten liggen, dat is vuil. Dat klippertje meet toch niet boven de driehonderd, Gert?"

„Tweezeventig."

„Tegenover de ijzerloods; vier wagens. Dan is er weinig transport van materiaal meteen. Nog andere zaken? Niks vandaag verder? At ju; ik ga naar 't werkvolk. Regelen jullie samen de overeenkomst maar. Alleen, denk er om: als wij 't sleeploon ook in de verschotten opnemen, dan gaat de opdracht van ons uit om de procenten. Er liggen nog twee gezegelde formulieren in het postzegelboek."

„Als ik die sleeporder eens invulde, om de schuit naar de Scheepsbouwmaatschappij te laten overhalen," opperde Marius, toen zijn zuster weg was.

„Wat mij betreft naar de Marinewerf, baas Marius, maar ik schat dat de juffrouw je dan den strot afbeet."

— Barst! — denkt Marius en vult het formulier in. Hij denkt aan een ruigpootige spin die kalm schommelt in zijn web. Vanavond komt trouwens de vrouw thuis uit de Gezina, maar 't kindje is dood. Vreemde dingen zijn dat. Die komen nooit zuiver in hun gezichtskring, hier op deze werf van roest en geld.

Avond. Zélf luidt Cato de bel en daarna betaalt ze de loswerklui uit, want die huurt ze per dag. En zelf staat ze, voor t uitbetalen aan de poort. Kachelhout wordt tegen-

Sluiten