Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woordig niet meer gestolen; ja vroeger, onder vader, werd heel wat de hekken uitgedragen waar geen cent ooit van teruggezien werd. De schipper van de Gésina is met een rijtuig weg. Domme geldverkwisterij. Hij had naar de stad kunnen loopen en daar een rijtuig nemen, maar groote heeren denken niet aan 't kostelijk geld. Ze ontsluit de woning en port de kachel op. En eer Marius er is, heeft ze al helder overwogen, hoe ze hem den pas afsnijden zal voor klaagzangen.

— Heb ik soms dat Kamper klippertje aangevaren? zal

ze zeggen.

— Kan ik het verhelpen, dat die schipper hangt, als er er wat knarst in de polisvoorwaarden en z'n schuld komt vast te staan?

— Mogen we met vader zijn erfgeld hier spelen, of behooren we 't rendabel te beheeren?

— Kan een mensch zaken drijven met flauwhartigheid ■ En doet een ander het niet, als wij zoo stom zijn onze kans niet aan te vatten?

— Weet jij soms ander werk?

— En ben jij soms zoo zoetsappig geweest, toen 't de executie betrof van de IIbi Bene?

Waar heb je eigenlijk een werkzoeker voor, als je

'm de kans niet geeft, wat te verdienen?

— En als de wet zegt dat het zoo mag, wil jij dan nog eerlijker zijn dan de advocaten?

— Ja, en wie zegt je, dat die schipper nergens op een goei manier geld losmaken kan?

Zoo; dat zou ze zeggen en nog een enkel woordje meer, alvorens woest te worden. Dat zou ze hem zeggen — als.... als hij er maar was om hem dat te zeggen. Maar 't werd klokke zeven en 't eten was op een haar na klaar, aleer hij ineens zwijgend in de kamer zat. Zoo'n sluiperd. Ze kende dat, Cato kent haar broer. En ze hief haar oogen al op, gereed voor den afweer.

Maar ze kon het eten op tafel zetten, zonder dat er woorden vielen en ze aten zwijgend. Ze begon over profielen

Sluiten