Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laatste weken (deze ontijden) moeten wegdragen; dat is waar. Maar moet daarom de werfrekening onbetaald blijven ? Neen, zeker niet. Want het ziekenhuis vraagt alles comptant, ja veertien dagen op voorhand en dat betreft dan nog een levend mensch. Hoeveel te meer voor een dooie schuit; ze hoeft haar eigen daarover niet te schamen. En als er iemand bijspringen moet in die dokterskosten, waarom zij? Is de familie niet nader? En die broers en aangetrouwde broers, mannen van de vaart allegaar, die weten toch wat het parool is op de Kroonprinces.... betalen!

Toch hadden die mannen daar heel wat op te zeggen, 't Gaat hier toch van een geslagen weduwman af en d?! hiJ tekort komt aan de werfkosten, dat laat zich momenteel toch verklaren. Zou ze dan niet wat wachten willen op de resj

„Jullie hebben," wedervoer ze, „jullie hebben het bij 't rechte eind; het is ditkeer niet den schipper zijn schuld. En daarom moet hier geholpen worden."

De familie wier aandachtig. Geraakte het harde wijf verteederd? ,En wie," zoo ging ze verder, „wie zou hier om te helpen de aangewezenen zijn? Zijn dat allereerst niet de gebroeders? Want wien zou ik het allereerst helpen, als hulp gevorderd wier? Mijn eigen broer. Tusschen ulieden ben ik de laatste van wie gevorderd mag worden om hier te helpen. Wie mij dan ook betaalt, al datgene, wat de schipper tekort komt, om zijn paviljoenstjalk weer vrij te krijgen, helpt mijn persoontje niet, maar hem uit nood."

„Dus je houdt de schuit vast, als de laatste eent niet op tafel komt?"

„Als de eigen familie niet behulpzaam i6, moet ik dan behulpzamer zijn ?"

„Vertrouw je hem dan niet?"

„Vertrouwen jullie je eigen familielid niet?"

Toen hebben ze haar betaald. Met negenen hebben ze ervoor gezorgd op haar kantoor. Ze wilden op de scheepsbanken, die daar langszij het beschot stonden, niet gaan zitten. „Dank je mannen," heeft ze gezegd: „nou komt er nog een afrekening voor de laatste drie dagen tot en met

Sluiten