Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

drie dagen moet ik aan 't karwei beginnen. Als je niet present bent met je schuit blijft de plek op de helling leeg, het werkvolk hoeft niet te werken maar blijft op jouw last disponibel. En de mannen worden uitbetaald. De materialen worden op maat gereed gemaakt en de rekening wordt Uedele fatsoenlijk gepresenteerd, als de opleveringstermijn verstreken is. En comptant. Want alzoo luidt het contract. De groeten."

„Dus je maakt me tóch kapot?"

„Ik maak niemand kapot. Kapotte schuiten lap ik op, dat is mijn vak. Maar als je met alle geweld kwaad wilt, verwacht je dan goeds van een ander? Ik zeg je op voorhand, als je kwaad wilt; waar je ook vaart zonder ons contract te zijn nagekomen.... overal weet het gerecht een schipper te vinden, overal zijn kettingen. Wie heeft met jou over onze werf gepraat ? Breek nou je kop en zeg wat je weet."

„Kom binnen," zegt de schipper van 't ranke Kamper klippertje. En in de brandheldere kajuit, waar niemand is dan zij tezamen, legt hij z'n pezige handen op tafel. „Kijk hier nou eens rond. Dat is hier m'n eigendom en 't schip is onbezwaard. Daarvoor heeft mijn vader zaliger als een paard gewerkt en wij jongens allegaar mee, aan de lijn. Zooiets afgeven, dat is hard."

„Over afgeven is geen praat. Je klipper is onbezwaard, dat zeg je zelf."

„Dat heb ik m'n eerbiedwaardigen vader toegezegd, aan zijn sterfbed, op dit eigenste schip. Ik zat daar waar jij nu zit, op denzelfden stoel."

„Vaar je alleen? 't Is hier zoo helder."

„Ik vaar met een gezuster; ze komt als 't schip klaar is."

„Heb je goed gevaren den lesten tijd ?"

„Ik mag niet klagen. Maar 't is een hard bestaan; al z'n leven geweest. Maar we morren niet, we zijn erin geboren. Je schoeren staan naar de lijnt. Dat is nou eenmaal eens schippers lot, wie doet er wat aan. Maar.... je leeft vrij en je vaart wijd weg. Altijd ben je in je eigen huis en altijd ben je reizende. Heel de wereld is van den schipper."

Sluiten