Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die altijd haar woord weet en nooit vat geeft bij aanhaligheid. Neen, ze kan nu nog niet weg, er is nog iets onafs in hun verhouding. De kar moet eerst weer recht op den weg getrokken worden. Of is het nu al te laat? Ze zit immers in zijn schuit, ook zit ze gevangen in de grillige verhouding, die uit hun beider woorden is opgerezen. Zoo spreken toch geen twee menschen, die mekare gansch vreemd zijn, al is dan tusschen hen een contract en de opgeroepen schim van geld en ondergang.

Neen, ze gaat nog niet weg. Het kwelt haar, hier aldus te verblijven en ze voelt woestheid rijzen, op voorhand reeds, bij de gedachte, dat die Bart Zwartewaal zich ooit wéér over haar heenbuigen zal. Maar deze kwelling is tevens op vreemde wijze aangenaam.

Wellicht heeft hij haar aarzeling gezien. En hij zegt met geruste stem: „Je blijft dan nog maar wat buurten, we zullen mekaar niet opvreten. En ik weet, waar of ik sta. Dat zei ik en dat meen ik."

Ze antwoordt niet, maar blijft zitten waar ze zit en ze zoekt zijn oogen. Wat is dat toch hier? Ze wil de meerdere zijn en blijft zitten, om de meerdere te worden. Maar gaat ze niet eer haar meerderheid afstaan? Wat wil die man? Ze ziet een herinneringsbeeld, een walgelijke herinnering. Een man en dat was nog wel een klerk van 't notaris-kantoor, heeft haar eens bij de heupen gegrepen. Eens in al haar levensjaren, is zoo iets onts gepasseerd. Het was als vergift, als brandend invretend vergift geweest. Het leven besteedde niet veel teerheid aan haar. Maar zij vroeg dan ook geen teerheid. Hard werd haar woord en overweging, hard haar gemoed, hard als het scheepsstaal dat zij laat verwerken op haar flikwerf. En hier tegenover haar zit een volwassen vent, een man van ga\e rijpheid, die voor 't eerst na vele jaren andersoortige woorden tot haar spreekt, dan die voorkomen in een werkbestek of aanneemcontract. Zoo zingt wel eens plotseling een vogel in den nacht. Waarom ontwaakt die vogel?

De kroonprinces weet het woord niet meer op te vatten. Het goede woord, dat de scheefgetrokken kar weer in 't

Sluiten