Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ooil in de Gezina heeft gebracht. Maar hij heeft er niet veel genoegen van beleefd. Want het geldje voor de drie laatste dagen lag voor hem gereed; de schipper wou schuldenvrij in de IJssel belanden. En hij bracht het geld bij zijn zuster, alsof hij een slechtigheid had bedreven. Ze borg het weg. „Zoo is het beter," zei ze berustend, „wij hebben getoond, dat we een ontredderd mensch niet villen willen. En tegelijk is het geld op z'n ware plaats. En nou.... vieren de lieren!"

Een uur daarna lag de Gesina in het vrije water. En toen duurde 't maar heel kort, of de schipper voer weg met zijn kakelend jong volk. Zijn eerste tocht zonder de vrouw. Zouden ze hem ooit op de Kroonprinces weerom zien? Mariu9 bleef kijken tot de paviljoenstjalk van den tootelaar, die op de Kroonprinces zijn zwaarste avontuur had beleefd, de bocht van den steenoven om was. Op hun werf zat weer een ander schip.

En ieder schip is als een vertelsel, overlegt Marius. Ieder schip bergt weer andere menschen, andere nooden, andere vreugden. Maar nooden 't meest. Niet voor niet heet zoo menige schuit lederen Morgen Nieuwe Zorgen; schippers weten wel, wat hun leven waard is en wat het verbergt. De Gezina is nu heen, daar hoog op de wagens kruipt de gebutste klipper Semper Avanti naar de werf. En morgen komt de Beth El, nu voor de derde maal in tien jaren, om geknipt en geschoren te worden. Een mooie akenaar, welgebouwd en welbewoond. Maar 't onderhoud van de huid wordt er dan ook niet aan gspaard. Ze hebben werk, er is avontuur; ze kunnen weer vooruit op de Kroonprinces. En als mijnheer Grondijs bij zijn toezegging blijft en de drie baggerbakken zendt, die noodig gebreeuwd en geteerd moeten worden, dan zal Cato nog los werkvolk aan moeten nemen om te krabben en te teeren. Ja, ieder schip is een vertelsel, behalve de baggerbakken en de platboomders der provincie. Want dat zijn scheepswanden zonder ziel of pit, dat zijn dooie schepen waar geen woning in is uitgespaard,

Sluiten