Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zwartewaal en eer hij goed overleggen en uitdenken kon, waarom de kroonprinses zoo gepavoiseerd was, zag hij haar al naar z'n schip tornen. Ze kroop naar binnen en nam geen aanloop, om tot haar eigenlijk onderwerp te komen.

„De regeling," zei ze hijgend en kwaad, „wanneer zullen we 't eindelijk over de regeling hebben?"

„Wanneer je maar wilt, oude zolderschuit."

„Wat?"

„Nou laat ik zeggen.... kanonneerboot."

„Ik ben hier niet gekomen, om me te laten beleedigen, versta je!"

„En gelijk heb je. Laat je maar niks zeggen. En een platboomde zolderschuit, dat was ook wel wat kras gezeid."

„Dat was gemeen."

„Goed gezegd. Maar nou de regeling."

„Ja, de regeling. Dat andere, hoe jij me belieft te benamen, dat is me om 't even, leelijke verdommeling!"

„Lief ben je niet...."

„Maar wel van plan eindelijk hom of kuit van je te vernemen."

„En als ik zelf voor de risico blijf zitten?"

„Dan zal je een toontje lager hebben te piepen."

„Nou kroonprinces dan ben ik maar blij toe, dat ik zingen kan zoo hoog als 't mij belieft.

„Betaalt Scheepsrisico ?"

„Natuurlijk," zei hij, of 't de gewoonste zaak van de wereld was en hij haalde een vuilgeworden brief uit z'n borstzak. „Hier lees!"

Ja.... ze duizelde er toch even van.... de scliaai was volledig erkend. Haar risico was voorbij. Hoe zooiets kan. „Je treft het," zei ze toonloos.

„Met jou? Zou je me dan toch opgehangen hebben?"

„Daar hebben we 't niet over. Je treft het met dat verzekeringsgespuis, dat zeg ik. Want je hebt het altijd maar over ons gehad — wij zijn ommers zoo hardvochtig — maar zwijg me van verzekeringen."

„Ik vind, dat het nogal meevalt; ze betalen alles. En laat

Sluiten