Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

minste doen zijn, tweemaal haar op de knietjes gedreven, ditkeer zou ze hem overwinnen, met kattengeduld. En ze won, inderdaad, ze won. „Je bent een meid van karakter," zei Bart ten leste en klopte z'n pijp uit. „Je weet je nieuwsgierigheid netjes op te vreten. En dat is voor een vrouwspersoon — ik weet dat aan m'11 zuster — zooveel als azijn op een open wond. Dan zal ik me aan je overgeven en 't je vragen.... wil je weten, bonk ijzer, wat ik voor jou als aandenken heb?"

„Je schijnt er erg mee in je maag te zitten," zei ze uit de hoogte. En als ze toen maar niet zoo schrikkelijk nieuwsgierig was geweest, was ze opgestaan en had ze den onterik alleen gelaten. Dan had ze de partij ook gewonnen. Maar daar zat het muisje juist gevangen.... ze wou niet winnen. Toen moest ze ineens — ze wist niet krek waarom — denken aan dat volkswijf uit het logement waar de touwbaander haar van had verteld. Die wier geslagen door haar vent en daar had ze vrede mee. Ze huilde van de pijn, ze verdroeg die pijn. En als hij haar niet meer sloeg, docht ze dat hij haar niet meer achtte. Docht ze, dat hij een ander logementswijf op 't oog had en dan wier ze droevig.

Was zij óók zoo? Liet zij zich kwellen door dien schipper, omdat hij — en hij alleen — haar kwellen mocht? Weineen, overlei ze, maar ik weet nog altijd niet, wat hij me aanbieden zal en waarmee ik hem dan affronteeren kan. Want terugmeppen om de astrantheid, dat wou ze; daar zat ze haastig op te wachten.

Maar de schipper haastte zich niet. Hij ging lui naar een muurschrap en zocht wat tusschen papieren en boeken. Met een portret in z'n knuisten kwam hij terug en ging zitten. „Weet jij," zoo begon hij en nu spotte hij niet meer, „weet jij, wie hier deze scheepswerf gelegd heeft?"

„Dat deed m'n grootvader van moeders kant. Van hooren zeggen weet ik, dat het daarvoor een opslagterrein is geweest van Waterstaat."

„Je grootvader van moederskant. Zoo. En weet je, hoe de Kroonprinces aan haar naam is gekomen?"

Sluiten