Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze kijkt hem schielijk aan. Maar hoe is 't mogelijk, dat ze daar niet eer op gedacht heeft.... de vent heet Zwartewaal. Ze kent dien naam; vader had er dukkels over.... Ja, zegt ze.... jij heet óók Zwartewaal."

„Krek ais m'n vaders grootvader. Alleen schreef die zich met een S. maar dat is eenderhand. Die Swartewaal voer een Kamper tjalk, we schreven 1845 en die tjalk hiette De Kroonprinces'. En omdat jullie toen nog geen naam en hadden, daarom zeiden de schippers, als ze 't over jullie hadden: we gaan naar de werf waar de Kroonprinces is geflikt."

„En zoo is 't hier de Kroonprinces geworden."

„Voluit begrepen."

Ze schuift wat dichterbij. „Heb je daar een foto van die schuit?" vraagt ze.

„Dat heb ik; hier!"

Ze bekijkt gulzig het vergeelde beeld van die tjalk, opgenomen voor Rotterdam. Erg duidelijk is die foto niet. Maar ze ziet toch, dat het een welgebouwde tjalk is geweest. En dat die een rustenden leeuw op den helmstok voerde, naar de aloude wijs. Met die schuit is dus het bestaan van haar familie hier begonnen, overdenkt ze, met de Kroonprinces, die aan deze werf zelfs haar naam heeft geschonken. Dat is echt aandoenlijk, zoo'n schuit eens op een plaatje te bekijken. Maar daarmee uit. Als hij denkt, haar te kunnen paaien met zoo'n portret, dan kent Bart Zwartewaal met een Z. haar heel niet, kent hij Cato van de Kroonprinces niet. Ze geeft het hem terug en wacht, tot hij haar dat aandenken aanbieden zal. 't Affront ligt al gereed in haar mond.... Maar hij gaat weer wat anders vertellen.

„En weet je, waarom de Kroonprinces, ik meen nou ons schip, waarom dat zoo hiette?"

„Nee."

„Om 't boegbeeld, 't Is vandaag geen mode meer, maar in die jaren voeren ook veel binnenschepen met een boegbeeld rond. Kijk maar eens goed op de foto, al zeg ik je, erg veel zie je er niet van."

Sluiten