Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Was dat een vrouwenbeeld?"

„Een kroonprinces. En met een kroon op haar krullen."

„Wat voor een kroonprinces? Hoe hiette ze?"

„Onbekend; mijnentwege althans. Ik denk zoo: iedere welgemaakte vrouw van de vaart is voor een schipper een princes."

„Dat is de vrouw die hij uitverkiest. Volk van den wal staat daar buiten. Jij docht zeker, dat het de princes van 't een of andere land betrof? Geloof ik niet veel van. De kroonprinces van den schipper eiges zal er wel mee bedoeld geweest zijn. Voor de rest weet ik er even zooveel van als jij, dus niks niemandalle. Maar dat beeld, zie je...."

„Wat is er van dat beeld geworden?"

„Dat is kort te vertellen. De Kroonprinces is gesloopt en toen hebben we eerst nog met een andere tjalk gevaren, die ook zoo was genaamd. Maar toen die uit de vaart wier genomen, wou m'n moeder er niet meer aan en kregen we De Volharding in de familie, 't Vrouwvolk wier' te veel geplaagd met dien naam. De Volharding is gezonken in de Val van Urk en 't was ons laatste houten schip. En wat dat boegbeeld betreft, dat is in de familie gebleven en bewaard aan den wal."

„Is 't van jou?"

,,'t Is van mij, om je te dienen."

„Wil je 't verkoopen?"

„Nee."

„Waarom niet? Wat heb jij er aan? Jullie hebben geen kroonprinces meer in de familie, waarom wil je 't dan houden?"

„Ik wil 't niet houwen, je kan 't beeld cadeau krijgen van me."

„Hè?"

„Ben je doof geworden, kroonprinces. Kom dan hier, dan zal 'k het in je ooren schreeuwen.... jij krijgt dat eind hout van me cadeau!!"

„En dan zet ik het op een voetstuk van pleton hier op de werf!" juicht ze. Boem.... daar ligt haar voornemen in

Sluiten