Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gruis, den vent z'n aandenken bot te weigeren en hem afdoend te affronteeren.

„Ik ben blij dat jij je draai er in hebt, kroonprinces," zegt Bart schappelijk. „Zet het beeld maar mooi op je werf, hier hoort het thuis. Wanneer wil je 't hier hebben?"

„Als 't kan, morgen."

„We gaan het samen halen."

„Man.... je bent gek."

„Ik ben schipper."

„Nou dan ben je een gek van een schipper. Docht jij, dat ik met jou samen dat beeld ga halen ?"

„Dat weet ik zeker."

„Zeg dan maar aan je eigen, dat je je zeker vergist. Dat geeft toch ommers geen pas."

„En zeg jij dan maar aan je eigen, dat je betonnen voetstuk zonder beeld blijft."

„Dus dan geef jij het niet? Voor hoeveel wil je 't me

verkoopen ?"

„Al bood je een schip vol zilvergeld."

„Wat wil je eigenlijk?"

„Dat heb ik duidelijk gezeid. Ik wil een daagje uit met een wyf van hard hout, om met haar een ander wijf van hard hout te gaan halen. En gaat dat niet, dan blijft de Kroonprinces waar ze is. En daar is ze veilig.

„Wil je m'n naam over de straat sleuren?"

„Steekt er kwaaiigheid in, als jij — een ordentelijk vrouwspersoon boven de wilde jaren — een beeld gaat halen met een ordentelijk manspersoon, die boven de wilde jaren is?"

„Dat zijn mannen nooit."

„Ik schat, dat je daar weinig uit de ervaring van afweet. Maar je weet nou mijn beding."

„Waarom wil je dat ik met je mee ga?"

„Ik wil weten, of je buiten Stolkersluis ook nog naar roest en carbolineum ruikt. Je bent hier een stuk van je werf, een bonk gereedschap zal 'k maar zeggen. Als je je voeten afveegt aan Gouda, dan zal je een vrouw zijn."

Sluiten