Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Bart Zwartewaal, wat doe je ?"

„Wat jij doet, je weet het."

„Ben je dan van ijzer?"

„Juist omdat ik niet van ijzer ben. Ik wil eens een daagje met de kroonprinces op stap!"

„Maar de schande...."

„Daar komt geen schande van."

„Kunnen we elkaar niet ievers buiten Gouda ontmoeten? En waarheen ga je met me?"

„Alleen maar naar Rotterdam."

„Op dat andere zeg je niks?"

„Omdat ik het niet doe. Gelijk uit, gelijk thuis. We stappen in Gouda op de IJsselboot en we varen weer netjes terug, den eigensten avond. Wat is daar voor schande aan?"

„En Marius?"

„Je broer? Die blijft thuis, mot immers op de keinderen passen!"

„En wanneer wou je dan gaan?"

„Morgen als 't jou belieft. Ik ben zooveel als een korpel op het droge en heb niks omhanden, mij zijn alle dagen gelijk."

„Goed. Morgen dan. En krijg ik het beeld dan gelijk mee?"

„Al wou je 't eigens op je nek leggen. Maar 't is nog al gewichtig. Je gaat dus mee. Dat wist ik wel, dat wist ik op voorhand."

„Ga je me achteraf nog sarren ook? Waarom doe je dat altijd?"

„Sarren? Maar meid, je zal het goed bij me hebben. Zeg van Bart Zwartewaal wat je wilt, zeg maar dat ik een harden kop heb...."

„Van sneldraaistaal."

„Goed, zeg maar wat je wilt; maar later is niet te zeggen, dat ik je slecht onderhouwen heb, op onzen toer. Morgen varen we, kroonprinces. Met de vroege boot. Ik sta klokke zes voor je komboffie en vaar je over met m'n eigen sloep. En laat nou je kop niet hangen en kijk ook zoo vuilaardig

Sluiten