Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dus je gaat?"

„Ik had het verzegd: alles!" En hij stond loom op en keek naar de kroonprinces. „Waarom heb jij je toch opgetuigd? Heb je van mijn gedacht, dat ik m'n woord opvreten zou?"

Geen oogenblik."

„Maar die goeie jurk dan?"

„Ik ga met je mee, Bart Zwartewaal. Zoo luidde ook mijn woord."

„O," zei hij en keek haar verward aan. „Je gaat met me mee. Wil je zóó graag met een klipperschipper passagieren ?"

„Ik wil naar Rotterdam, ik wil het beeld zien, ik wil het gauw hebben. Wacht even; ik moet Marius de wacht aanzeggen voor het werk van heden."

Ze voeren over en vóór Bart Zwartewwaal er op verdacht was, had Cato al twee bootretouren eerste klasse gekocht en betaald. Zij hield de papieren, zij liet ze stempelen, zij liep voorop. En hij, die volgde, begon toen de IJssel III nog voor den wal lag, al met z'n verweer. „Verder betaal ik!" opperde hij.

„Betaal je zoo graag en zoo grif ?"

„Wèl als ik met een vrouw op toer ben."

„Goed, dan mag je me hedenavond alles teruggeven. Ik zal er netjes boek van houden."

„Maar ik wil zélf betalen."

„Je zoudt alles doen, wat ik je zou vragen."

„Nou ja goed, maar daar hoef jij geen misbruik van te maken."

,,'t Is maar," antwoordde Cato en ze zwaaide parmantig met haar fraaie beugeltasch, ,,'t is maar een inval van me geweest. Zoodra we van de boot zijn en in den vreemde en onder de vreemden mag jij alles betalen Bart Zwartewaal."

Gouda schoof achter het kielwater weg en eer ze werden opgenomen in de stilte tusschen dijken en waarden, voeren ze langs de Kroonprinces. Een dender trok door heel haar

Sluiten