Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Beyersche Vliet passeerden ze den Hagenaar Spes Patria uit Balkbrug, met turf. Ze kende die ouwe schuit terdege, van tweemaal knippen en scheren en ander knutselkarwei. Ze zag met het bloote oog, dat er weer werk was, als dat tenminste nog besteed was aan 't oud krapuul, dat ze al varen wist uit de dagen, dat vader nog leefde. En nadat ze voor Gouderak hadden aangelegd, schoven ze langs de tjalk van Bastenbrug de Broedertrouw, ook een oude kast, maar toch waardiger dan de Spes Patria. Aan de Broedertrouw was gewerkt; er stond een nagelnieuwe mast op — ze zag dat — en de Broedertrouw was dus haar scheepswerf niet trouw gebleven. Daarover zou ze 't hebben met Gert Borsten, want er stond nog een grijpstuiver open ten name van Tim Bastenburg. Het oude lied: crediet kost klanten.

Bij Nieuwerkerk kwam Bart Zwartewaal haar weer langszij. Hij had schoon genoeg van de IJssel, die hij van onder tot boven netjes afgekeken had en ook genoeg van al 't gevraag over zijn reis met juffrouw Cato. 't Volk van de vaart is heel niet eenkennig onder mekaar en weet graag z'n weetje over alles wat dobberend geschiedt. Maar Bart had zijn tong niet laten schrapen en 't volk van de IJssel bleef koud van zijn reisdoel met dat stuk schippersverdriet in haar zondaagsche jurk. En een elk wist al tevoren: het haar te vragen is onbegonnen werk. Ook werd ze te veel gerespecteerd, om het te wagen haar op te stangen; anders vaak wel een goed middel om achter duistere aangelegenheden te komen. Want Cato heeft een langen arm. Op de IJssel vaart bekant niemand, of hij heeft wel een broer of zoon, die vandaag uit haar hand eet, ofwel morgen zich daarvoor moet aanmelden. Vooral, omdat ze ook zoo wat te commandeeren heeft over de sleepbooten van de Ster, waar ze met haar geld in heet te zitten.

Bart Zwartewaal zegt haar, dat het schippersvolk bar nieuwsgierig was, over wat zij samen besteken gingen, maar daar gaat ze niet op in. „Ik heb ze in d'r wijsheid gelaten," zegt hij trouwhartig: „wat gaat een ander onze aangelege heden aan ?" . '*

Sluiten