Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Niks!" zegt ze weerom. „Maar een geheim hoeft het óók niet te zijn. 't Is alleen maar om een beeld, anders niks. Kraam het maar overal uit, als je dat aangenaam is. Schippersvolk heeft voor mekaar niet meer geheimen dan schoolkinderen."

Wat is ze weer weinig hanteerbaar, wat is ze weer kittelig. Als dat zoo een heelen dag aanduren moet, laat hij haar liever schieten in Rotterdam. Dan kan ze eigens dat mop hout op haar nek laaien en gereed zien thuis te komen. Er zit al een stekelig weerwoord op zijn lippen, over wallekanters, die liever zouden verrekken, dan openlijk met elkaar te verkeeren in hun nooden en vreugden, maar hij weet tevoren, dat hij 't met kankaneeren niet van haar wint. Eer met lochten spot. En hij verdraagt haar zuurheid, wachtend zijn kans op een tegenzet. Die komt ook. Op den Ouderkerker steiger staat een schipper te wachten op de boot. Nog vóór Bart ontwaard heeft, wie dat is, weet de Kroonprinces het al te melden: dat is van der Made uit Standaarbuiten, hij vaart met een kleine kast. Ja ja, flat weet Bart, want hij kent Toon van der Made sedert jaren; maar hoe zoo'n vrouwmensch al dat schippersvolk toch kent en in de verte al onderscheidt.... hij neemt daar zijn petje voor af.

De kastschipper stevent recht op zijn kennis aan en direct is de praat over de schipperij en over 't ongeluk van de Semper Avanti. „Maar ik," zegt hij: „ik ben er weer anders aan toe. M'n kast is niet zuiver dicht meer onder de waterlijn, 't siepelt maar. Ik denk dat een plaat een of twee uit verband d'r aan hangen. En daarover gaan ik nou eens naar Rotterdam: ik los cement in Ouwerkerk en heb waterschaai

aan de lading."

„Ga je naar Rotterdam, om een werf te bespreken ?" vroeg

Cato.

„Ja juffrouw, dat ook als 't kan, maar wie ben Uwes :"«;nlijk?"

U is de baas van de Kroonprinces, Toon, je weet wel u langs vaart onder Gouda even voor de Mallegat."

Sluiten