Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van der Made, haar starrelings en begeerig aan te kijken. Wat astrant. En omdat Bart zag, dat ze koken ging daarvan, begon hij er luchtig over te praten. „Hoe zoo'n bakkes in een half uur opzwellen kan. Moet je dat linkeroog zien, juffrouw Cato; je hebt wèl eer van je werk."

Ze grommelde wat terug en zette zich schrap. Want die kastschipper begon een gevaarlijk spul te spelen, hij kwam op haar af. „En toch kom ik op jouw werf dokken, stuur je agent maar!" zei hij, bekant blaffend. Volk dat op het dek naar de stad stond te kijken, kreeg er aandacht voor.

„Al betaalde je met tientjes voor guldens, ik zou je met je schuit niet motten op mijn werf."

„En ik kom!"

„Dan mieter ik je eigenhandig de IJssel in als je voet

durft te zetten op onzen wal."

„Dat docht jij hè.... dat was eens, maar dat overkomt me geen tweede maal. Van nou af weet ik dat ik je handen

in de gaten moet houden."

„En m'n nagels en m'n voeten en m'n hond en m'n werkvolk.... alles wat je maar wilt. Als jij, leelijke schenner, geen end hoekijzer in je nek voelen wilt, kom dan nooit

op de Kroonprinces."

„Ik kom!" En op dat woord draaide hij z'n eigen om. Wat Bart Zwartewaal betreft, de kastschipper had zuiver gedaan, of die er nog niet eens bijstond. Maar dat was Bart Zwartewaal best zoo. Dat geeft dan geen ruzie ook.

„En nou zie je 't weer, Catotje...."

„Niks te Catotjes."

„Goed juffrouw Cato, nou zie je 't weer...."

„Wat dan?"

,,'t Komt uit wat ik heb gezegd. Dien schipper heb je een mooigekleurd oog geslagen en de vent is achteraf zoo verliefd op je, als een kalf. Versta je dat niet? Ikke wel. Ze verstaan jouw furie om geld aan ze te verdienen. Ze zien alleen de furie."

„Zou hij komen, Bart?"

„En wat doe je dan? Jaag je 'm weg?"

Sluiten