Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dat spijt me. We hadden al gehoopt, dat je er nooit meer om komen zoudt."

„Maar 't is van mij!" viel Gato nu in, want ze achtte, dat er gevaar opkwam.

„Van U. Hoe is 't eigentlijk? Hoort U bij elkaar? Je bent toch nog vrijgezel, Zwartewaal?"

„Ik ben geen onbekende voor Uwes, meneer Niekerk, ik ben Cato Lafeber van de scheepswerf op Stolwijkersluis."

„Van de KroonprincesV'

„Dat is ze meneer, de kroonprinces eigens, in levende lijve. En ze bestaat me niet nader dan dat ze m'n gebutst schip kalefatert. En dat flikken, ze doet het netjes."

„Jullie komen dus om het beeld.... Ja ja, dat is leelijk."

„Is het er soms niet meer ?" vroeg ze angstig.

„Juffrouw.... wie hier iets in bewaring geeft, heeft stelligheid, dat hij het altijd hier aanwezig zal vinden," was zijn gestreng antwoord.

„Dat hoort ook zoo. En dan kan ik het dus meenemen?"

„Als 't moet, natuurlijk. Maar nu moet U eens hooren. Dat beeld heeft sedert jaar en dag in jute gewikkeld op onzen zolder gelegen. Op zekeren dag vindt mijn dochter het daar. Ze zegt er iets in te zien, ik persoonlijk weet niet wat, maar ze sjouwt het naar beneden. Daar is een beeldhouwer aan te pas gekomen, een zekere Zijl, erg beroemd in zijn soort, en...."

„En die is er aan gaan knutselen ?"

„Weineen juffrouw, maar die heeft er een heel zwierig voetstuk voor gebeiteld, met dezelfde siermotieven zoo ongeveer. En dat heeft nogal wat in de papieren geloopen. 't Staat bij mij thuis in de vestibule; ik vond dat niet gek achteraf bekeken, een boegbeeld in het woonhuis van een dispacheur. En het is thans uw eigendom, juffrouw?"

„Ik heb het haar cadeau gedaan meneer Niekerk; haar werf heet eigenlijk naar onze ouwe tjalk. Die was daar als eerste in de reparatie, vat je."

„En staat U er werkelijk op, het beeld te ontvangen? Ik bedoel, zou U ook genegen zijn, tegen zekere voorwaar-

Sluiten