Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den.... maar ik zie het al, daar wilt U niet van weten."

„Juist. En omdat Uwes niet denken zou, Notaris, dat ik me maar wat stijf hou', om er meer voor te kunnen vragen, daarom is mijn woord: geef Uwes maar een briefje voor thuis af en dan haal ik het beeld meteen weg. 't Is het mijne. En op onze werf zal het voorgoed blijven."

„Voorgoed? Boegbeelden, heb ik wel eens hooren vertellen, zijn niet erg gestadig in hun verblijf op den wal. Ze zijn gemaakt om te zwerven over het water."

„Daar zeg je zoowat, meneer Niekerk, dat kon best waar wezen; dat soort dingen hoor je meer."

„Dat schippers bijgeloovig zijn, net als kermiswagengasten dat weet ik uit den omgang. Maar een Notaris...."

„Ach juffrouw 't is maar bij manier van spreken. Notarissen hebben ook iets door de ervaring geleerd. Er is heel weinig bestendig bezit."

„In de credietbedrijven zeker, meneer."

„Maar bijgeloof of niet," valt Bart Zwartewaal in: „nooit zou ik op den wal bouwen met hout van een schip, en nou jij, juffrouw Cato."

„Dan moest bij ons op de werf al heel wat ingestort zijn, dat er al staat van jaren."

„Dat is een oude strijdvraag, beste menschen en ik kom daar niet tusschen. Ik heb ook voorvallen in mijn herinnering, die voor 't inzicht van Zwartewaal pleiten, hoewel mijn nuchter verstand zich tegen dergelijke meeningen verzet."

,,'t Doet er ook niet toe, meneer de Notaris, maar ik kan toch mijn beeld bekomen?"

„Juist juffrouw dat is de zaak en daar hadden we het over. U kunt uw beeld bekomen, al doe ik ongaarne afstand van dit tijdelijk bezit. Ik had me nooit gerealiseerd, dat ik het nog eens af zou moeten geven. Maar 't is rechtens: Zwartewaal gaf het mij uitsluitend in bewaring. Wil ik naar huis telefoneeren? Of een briefje?"

„Een briefje is secuurder."

„Vind ik ook."

En met dat briefje — enkele woorden neergepend op de

Sluiten