Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

achterzijde van een naamkaartje — konden ze vertrekken, naar de Heemraadsingel. Bart Zwartewaal wou echter zóó niet weggaan. „Ik kon op voorhand niet weten, dat U zoo aan dat stuk hout verslingerd zou zijn."

„Ach, Zwartewaal, 't is niets, 't is eigenlijk minder dan niets. Maar hoe zijn wij, notarissen? We hebben allemaal een zwak voor mooie ouwe dingen. Dat komt, omdat we bij de menschen tot op 't intiemste van 't mobilair doordringen, door de venduties en de boedeldeelingen. Maar we moeten ons er niet te veel aan hechten. Een levend mensch is van meer waarde, dan een dood houten beeld."

„Juffrouw Cato anders, zij houdt het meer op beelden dan op de menschen."

„Bart Zwartewaal heeft het gezegd."

„Welnu, ik groet U beiden; U zult het beeld thans bekomen, juffrouw."

&

Maar dat ging toch niet ree. Daar op de Heemraadsingel waren ze heel andere meeningen toegedaan en zeker het vinnige ding in haar blommetjesjurk dat hen te woord stond. Ja, ze zag wel, wat er op het kaartje stond, zeker.... ze heeft goed lezen geleerd.... maar het beeld!.... neen het beeld geeft ze niet af. Met dat beeld is ze opgegroeid. Vroeger, van school thuiskomend, heeft ze altijd haar muts geworpen over 't gekroonde kopje van dat starende princesje. Later heeft ze vaak gehurkt voor dat zwijgende wezentje gezeten, een vertrouwd gelaat. Wat dat gelaat uitdrukt? Ze weet het niet. Wèl weet ze, dat haar woning gekenmerkt is, door de aanwezigheid van die starende oogen, haar zoo bekend en toch zoo ver af. Als alles slaapt in het groote huis, waakt nog dat boegbeeldje. Ze is weleens in nachtkleer naar de hall gegaan, om even alleen te zijn en onbespied met het meisje van hout, met die open oogen, die forsche haarkrullen zoo star en toch zoo levend. Dal zegt ze natuurlijk niet tegen dat ouderwetsch aangekleede mensch, dat met een kaartje van vader het beeld op komt

5

Sluiten