Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geen ander! Maar van jou ook niet meer. Ik heb me beraden; ik had je de oogen uit behooren te krabbelen."

„Dat zou je niet doen, al deed ik het weer."

„Bart Zwartewaal, let op je woord. Ik verkoop geen lievigheid versta je, voor geen beeld, voor geen lekker eten, geen wijn.... ik ben mijn eigen baas. En in eere zal ik dat blijven."

„Wat ben je toch een valsche kat, Cato. Ik denk nog niet eens aan die dingen. Maar jij komt er telkens op terug, 't Lijkent wel, of je dat graag doet. Je bent een vrouwmensch, voor ruzie geschapen. Je hebt met mij gevochten om een onnoozeligheid, je hebt op de boot den schipper geslagen, den Notaris rauw aangebekt, z'n dochter bekant de haren uit den kop getrokken; in dat café mochl de baas je beeld nog niet even in vrede bezien.... en als dankjewel voor al m'n zorgen en moeite jouw persoontje vandaag besteed, krijg ik niks dan zuurheid van je weerom. En om welke reden? Dat weet je eigens niet. Waarom ben je niet wat hartelijker en waarom vertrouw je me niet?"

„Zoo hebben de schippers me gemaakt. Een vrouw alleen — Marius tel ik niet mee — ze is een speelbal voor de mannen, als ze niet van zich afbijt. En jij altijd met die ondegelijke praat."

„Die je graag aanhoort om er goed kwaad over te kunnen worden...."

„Word ik dan zoo gauw kwaad?"

„Maar nou schiet ik toch in den lach. Laten we afspreken, dat je een zachtaardig schepsel bent. Weet je eigenlijk, hoe een lieve zachte vrouw zou zijn, die gelijk jij, meegenomen was naar de stad? Die zou feestelijk zijn, blij om wat ze gezien heeft...."

„Ben ik ook. En dankbaar tevens."

„Maar je dank is van raar soort, Cato. Is dat soms dankbaar zijn..., een man voortdurend af te blaffen?"

„Wat doet dan wel een vrouw van zachten aard?"

„Die drinkt haar wijn en klinkt lief met den vent, die haar het glas aanbiedt. Die komt vrindelijk bij hem zitten,

Sluiten