Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en doe graag dingen waar ze gelukkig door worden; maar dan treed ik terug. Waarom, vraag je? Zoo is mijn aard.""

„Dat is toch ook ongewoon, Bart. En waarom hak je er dan altijd op, dat ik niet gewoon een huisvrouw ben, maar een koopvrouw en meer een manmensch dan vrouw? Je hoort, Bart, ik heb je woorden goed vastgehouden; ik ken ze nog allemaal."

„Omdat ik — die zonder vrouw door 't leven ga — nu eenmaal graag met ze praat."

„En dan over de verborgenste dingen."

„Juist Cato; ik praat graag in vertrouwen met ze."

„En dan ineens vaar je weer weg. Wat laat je dan achter? Vrede of onrust? Ik denk Bart, dat jij — zoo doende — veel zeers achter laat."

„Maar hoe goed is dat voor sommige vrouwen. Neem nou jezelf, Cato. Als je datzelfde had willen zeggen, enkele weken gelee, zou je naar andere woorden gegrepen hebben. Ik hoor 't je al zeggen: Weet jij wat jij bent? Een harde verdommeling! Dat ben je! — Maar nu praat je er mild over. Dat komt, omdat je milder bent en veel meerder vrouw, dan je zelf wel wist. Je dacht al, dat je een ven! waart, omdat je met een stok over je scheepswerf dragondert en kerels afsnauwt, je haar achterover kamt, leelijke jurken draagt en je gezicht niet op tijd wascht. Maar je bent een vrouw. Een vrouw met een hart. Ik heb in een lacherige bui je hart hooren kloppen, Cato. En van vandaag af, nu ik je kinderachtig pleizier gezien heb met dat boegbeeld, weet ik ook dat je eigenlijk een echt vrouwelijk vrouwspersoon bent, met alle lieve maniertjes en nukken en kuren van een gewone vrouw. Doe voor mij dat mombakkes van kerel-te-zijn maar af. Dat helpt je toch niet. Je kunt hoogstens jezelf er mee beduvelen; mij niet."

„En om dat alleen bij een vrouw te ervaren, geef jij baar van alles. Geld voor eten en consumptie's, voor een rijtuig...."

„Hou nou eindelijk eens op met dat verdomde geld, smerig koopwijf! Nou word ik eindelijk eens kwaad. Wat

Sluiten