Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wil toch dat stinkende geld. Kan jij veldgewas, of al waren 't maar kamerblommen telen op geld ? Kan je, als je duzend gulden op tafel neertelt, één greinseltje van een zonnestraal koopen? Als je nou nog een van de redenen wilt weten, waarom je doorgaans zoo leelijk bent Cato, dan is dat, omdat je een bril voor je mooie oogen hebt meid, een bril van twee rijksdaalders. En daar probeer je door te kijken, maar ze verduisteren het zonlicht voor je. Versta je 't?"

„Kan jij zonder geld gelukkig zijn?"

„Niemand is gelukkig."

„Nou dan....?"

„Maar die aan centen denken, kunnen ook geen geluk meer verwachten; die er los van leven vermogen nog te hopen op geluk."

„Op 't geluk dat voor niemand is weggelegd dus."

,,'t Geluk zit hem in 't verlangen naar geluk, Cato. Jij verlangt alleen maar naar geld. En dat doe je dwazelijk, want dwars tegen je aard in."

„Ik geloof wel, dat er wat van waar is. Maar als ik weer thuis ben en voor mijn taak sta.... ik zou me schamen anders te zijn geworden. Dan wordt alles weer rond me en in me als van ouds."

„Dat vat ik grondig. Je wilt niet uit de commandotoren vallen, waar meid. En dat zou ook zwaar voor je zijn, als alles overig bij het oude bleef. Maar wat zou je doen, Cato, als je van een man veel hield en hij vroeg je, zijn huisvrouw te zijn ? Zou je dat nog kunnen worden ?"

„Ben ik daar echtig niet te leelijk en te hard van aard voor, Bart?"

„Nee Cato, bij lange niet. 't Is bij jou alleen maar een beetje roest op je facie en op je binnenste. Een vent, die trouw en jolig met jou verkeert, maakt een moeder van jou, een doodgewone moeder; een nog jonge meid. Maar als je alleen maar aan geld blijft denken, zal je ook alleen maar een vent vinden, die je hebben wil om jouw geld. Dat zal je toch wel eens gepasseerd zijn, waar Cato?"

„Hoe weet je dat dan?"

6

Sluiten