Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dal overkomt iedere vrouw met geld. AI hebben ze een smoelwerk als een ingedroogde aarpel. Geld is — vooral wat dat betreft — maar een rotte lading. Uit geld slaat een koude vlam."

„Als ik ooit ja zei tegen een man," mijmerde ze hardop: „zoo moest hij van gansch anderen aard zijn dan het ongediert dat tot nogtoe op me geaasd heeft."

„Hoe zou zoo'n man dan moeten zijn, Cato?"

„Een man zooals jij, Bart Zwartewaal, maar jij vaart straks weer verder, waar?"

„Ja Cato.... en ik ben maar een spotvogel. Ik bekijk de dingen op een afstand, heb daar mijn pleizier in. En zou jij je kunnen vernederen, om mee te trekken met een schipper, een vent die leeft op het water, tusschen de wallen, maar thuis behoorend op geen enkelen wal? Jij, een burgerdochter in welstand? Zou jij je laten meenemen, weg van de Kroonprinces, weg van het kalefaterbedrijf ?"

„Wil je dan bij ons blijven, op de werf, Bart Zwartewaal ?"

„Nee Cato, je bent een beste meid en ik wil je niet grieven, maar ik vaar straks verder. En dat is goed ook; jij hebt mij nou wel gevraagd, 't geen anders altijd een vent aan zijn liefde vraagt. Dat komt Cato.... omdat in je wezen ingevreten zit, dat jij de overhand hebben moet, dat jouw wil moet heerschen. En al zit je nou hier nog zoo zachtaardig bij me, je bent en je blijft de kapitein. Ik wil mijn eigen kapitein zijn, Cato."

„Ik hou van je, Bart Zwartewaal."

„Omdat ik je een boegbeeld heb cadeau gedaan."

„Nee loeder! Sar me niet meer!"

„Want dan zou je me den strot afbijten, waar Cato?"

„Man, hoe kan je zoo'n serpent zijn."

„Nou, nou, Cato.... wees toch bedaard. Ik ben toch goed voor je. Zooveel als een broer, waarmee je vertrouwelijk verkeert, 't Is den mensch toch goed, vertrouwen te hebben tot elkaar. Ieder mensch moet het eens kunnen zeggen, wat er in hem wroet."

Sluiten