Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schip klein en nauw herkenbaar. Toch staat ze niet op. En wel driemaal overnieuw sakkert ze Gert Borsten uit, tot ze geen nieuwigheden voor haar kwaadheid meer verzinnen kan. Ineens ziet ze hem langsschuiven, 't gaat snel op het afgaande water. En er staat nogal wat landwind.

Heeft Gert Borsten haar zien opkijken? Heeft hij ook de onderbreking in haar gedachtenstroom gemerkt? Dat soort volk is listig. Daarom staat ze nog niet op. Maar komt ze te vragen naar weer andere affaires. Ze hoort het al: Gert Borsten is vandaag geen stuiver voor haar waard.

„Ben je er weer tusschenuit geweest?" vraagt ze aanvallend, bang dat hij de troeven nemen zal en over Bart Zwartewaal gaan praten.

Het bloed vliegt naar zijn kop. „Nee!" — zegt hij benauwd, want ze ziet er nu uit, of ze dat allemaal op den duim na weet. En hij vat meteen, dat hij 't discours al verloren heeft.

„Vorigen keer was dat met die Russische kellnerin en nu...."

Aha, ze weet het dus niet. Hij wordt weer langer.

„....Nu is 't weer van 't zelfde laken een pak. Die meid wordt nog je ongeluk." En ze wijst met haar duim dreigend naar de deur.

Hoe is dat toch mogelijk: ze weet het wel degelijk. Wie is toch haar spion? Hij zit wild te overleggen, hoe hij dat onweer ontloopen kan.... wist hij nu maar ievers werk, of haar gedachten af te leiden op zijn vroegere prestatie's. En hij vraagt haar: „Scheepsrisico heeft toch alles betaald van de Semper Avanti?"

„Daar hebben we 't niet over," is haar gestreng antwoord. „En dat zijn jouw zaken ook niet. Als de schuit hier op de wagens zit, ben jij van de aansprakelijkheid af. Dan zorg ik er verder voor. Maar nou dat andere. Heb jij niet toegezegd, dat zigeunerachtig slet met rust te laten? Moeten wij hier door jou in opspraak komen?"

Er licht wat geniepigs in zijn oogen. „Ja," zegt hij, „opspraak is erg. En ik zal het nalaten."

Sluiten