Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dat heb je al eer beloofd."

„Ik kan toch niks meer doen, dan eerlijk beloven."

„Jij niet, na je woord geschonden te hebben. Maar ik wel. Ik kan je er uit duvelen! Er loopen nog agenten genoeg rond."

„Maar ik heb je toch altijd aan goed werk geholpen. Was de Semper Avanti, die daarnet wegvoer...."

„Daar hebben we 't óók niet over. Ik heb het over die vuile avonturen van jou, met meiden achter de tapkast van een spiegelcafé vandaan. Als je een vrouw zoekt, zoek dan in 't ordentelijke: dan is 't jouw zaak."

„Je vat het nogal zwaar op juffrouw Cato; de zaak heeft er niks mee uitstaande."

„Ik vat het op, zuiver zoo het is. Als de werfagent, die voor ons loopt en onzen naam uitdraagt onder vreemden, als die vent zich als een straathond gedraagt — ja want dat doe je, Gert Borsten — dan is dat voor den naam van de Kroonprinces maar kwalijk."

Hij wou wat giftigs weerom zeggen. Een straathond heeft zij hem genaamd. En als hij nu nog antwoord gaf ook, kwamen er nog gemeenere scheldwoorden, dat voorzag hij. En dan zou 't steeds lastiger worden, weer den vrede met haar te vinden. Daarom zweeg hij verbeten. En toen haar dat zwijgen lang genoeg geduurd had — waarom gaf de vent nu geen antwoord meer — stond ze op, trok ze naar buiten.

Over de Semper Avanti heeft hij moeten zwijgen, ze had haar zin. En haar dreiging bleef in zijn ooren hangen. Zoo'n geile vent ook; wat moet dat paradeeren met buffetmeiden en daardoor het werk verzaken? Wat een wonder dat hij 't dan niet weet, als ergens een sleepboot omhoog vaart. Ze is nog even bij den teekenaar langs geweest. Zoo is het goed; als Borsten nu met zijn bon komt, worden de dagkosten van heel de week geschrapt. Of dat precies uitkomt, vraagt ze maar niet; genie om in 't vuil van dien vent te modderen, en precies te achterhalen, welke dagen hij besteed heeft aan dat uitheemsche vuilnis, heeft ze heel

Sluiten