Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te slaan en toch zeker niet, omdat er een oudachtig schipperswijf in woont. Maar zoo'n rosse meid, zoo'n canaille van een meid die kerels dronken maakt zonder drank, 't is om te huilen en om te lachen gelijk: Marius en zoo'n meid; ze schelen een klein menschenleven.

Ook de Belle Alliance vaart weg en dat is goed. Ze heeft het al opgegeven, genegenheid te verwerven bij de vreemden. Want dat stuit altijd af en immer op een andere wijs. Ze wordt er moedeloos onder. Vroeger las Vader iederen middag na den eten uit den Bijbel voor; zij en Marius hebben dat afgeschaft. Nog hoort ze zijn dreunende stem en soms herkent ze flarden van teksten terug, die zonder merkbare oorzaak voor haar gedachten komen. Zoo hoort ze Vader nog lezen: alle deze dingen worden zóó moede dat niemand het zoude kunnen uitspreken.

Er is nog nimmer zooveel bitterheid en onrust in haar gemoed geweest, dan sedert Bart Zwartewaal haar het beeldje met de ingekeerde oogen schonk. Of moet ze zeggen: dan sedert Bart Zwartewaal rauw in haar loswoelde, wat altijd ongeweten in haar aanwezig was geweest.... dal ze doelloos, tusschen schepenstaai en ander hard materiaal naar den ouderdom glijdt.

En ze prijst den dag, als er wat afwisselends in geschiedt. Gelijk ze den dag, die eender als de meesten wegvloeit, vervloekt. Zoo wordt haar bestaan miserabel, als van een kwijnende boom. Eerst weet ze nog te verlangen naar de komst van weer een schip; dat nieuwe schip kan haar wat verandering brengen in dit leven der doelloosheid. Maar ieder nieuw schip gaat heen, zooals het is gekomen. Achteraf is haar dan gebleken, dat het immer dezelfde ontgoocheling is, die haar werd bereid.

Maar wie haar gevraagd zou hebben: wat verwacht je dan, Cato, sedert je dagen van onrust? Die mensch zou geen antwoord hebben kunnen bekomen, want ze weet zelve niet, wat zij verwacht. Eens heeft een schipper, die haar starenden blik zag, rauw met haar gedold en haar beetgegrepen in overmoedigheid. Maar zijn handen gleden

Sluiten