Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hooger dan bij den Bels. En om de vrachtstoomers op Engeland naar haar werf te halen, diende er zeker uitgebreid te worden, ook in de werkmachinerie.

Zeker, het gaf meer avontuur op grof geld verdienen. Aan de zee is al z'n leven goed verdiend geweest. Er wordt op zee nog al eens vaak averij geloopen, vooral boven de waterlijn en als je enkele vaste klanten goed weet te bedienen, die komen om den haverklap terug. Een zeewerk is niet zelden haastwerk, dus wordt het rijk betaald. Rivierschippers zijn uitzuigers, maar dat moeten ze dan ook wel zijn. Wie zag ooit een kaptein van een zeeboot doende, z'n eigen schip te schilderen? Maar zoo'n kaptein kan nu eenmaal over grooter pot beschikken voor onderhoudskosten. Die schepen zijn van maatschappijen, waar jaar op jaar afschrijvingen worden vastgelegd. Maar in de binnenvaart tobben ze maar aan, tot de groote kosten voor de deur staan. En dan is er vaak geen geld voorhanden, omdat de duzenden elkaar stuk-geconcurreerd hebben om een vrachtje, naar den allerlaagsten prijs.

Haar koopmansbesef zegt haar, dat ze zich beter naar de zeevaart zou kunnen richten, maar.... zeevaart kent geen grenzen. De schuiten zijn zóó ontaard groot en altijd weer zal je — eenmaal daarmee begonnen — grooter schip op je werf bedienen willen. Vreten dan de eigen kosten al de winst niet op? En wat gaat zoo'n massaal plomp bedrijf haar kosten, als er door omstandigheden maar half of nog minder werk voor is te vinden?

Haar teekenaar weet op al die vragen antwoord. „Een middelmaat zeebedrijf rendeert altijd," zegt hij met vuur. „Want repareer je niet, dan bouw je." Er moeten hier ook nieuwe trawlers zijn en zeewaardige sloepen voor de groote stoomers en reddingsbooten, zeesleepers, lichtschepen, kustvaarders, loodsbooten, politiekruisers. Wat een ander bouwen kan, zou men dat op de Kroonprinces niet kunnen?"

Marius hoort zulke gesprekken noode. En te meer, omdat Cato er niet meer vlakaf tegen in blaft, maar redelijk

Sluiten