Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Cato zelf er over begint. Ze wil wel eens wat weten van een joggelpers, hij moet zoo'n macliien toch wel eens in bedrijf gezien hebben in 't grootbedrijf. Ze moet hem de woorden uit den mond trekken en dat is maar tegenstrijdig. Want goed merkt ze, dat hij er alles van weet, tot op den naad. Ook bij een andere gelegenheid neemt ze waar, dat de mooie meneer zijn kennis inkuilt. Alweer wat nieuws in haar bedrijf. De een heeft ze de laan uitgestuurd, omdat hij nam.... zal de ander moeten volgen omdat hij niet geeft? Ze ziet dat aankomen. Dit zou dan tevens een opluchting zijn, want tegenover de nieuwe zou ze haar groeiend verlangen naar uitbreiding als een eigen meening kunnen uiten. Ja, die teekenaar moest nu maar gaan. Ze heeft het besloten en wacht alleen nog een beetje, om een goed motief te zoeken. En dat zal wel worden gevonden....

Maar toen kwam er hulp van buiten. Op den dag dat ze veertig werd, dien eigensten 8 Juni, werd in Serajewo de Kroonprins van Oostenrijk tegelijk met zijn vrouw dood geschoten. Een kroonprins en een kroonprinses. De onrust, die over heel Europa golfde, liet haar onberoerd. Wat ze uit de krant las, nam ze aan als een ver verhaal, dat haar tóch niet bijster aanbelangde. Alleen, toen een maand na dat beestige voorval, Oostenrijk Servië den oorlog verklaarde en Duitschland volgde, toen het helsche orkest in een week tijds ontbrand was en hier de mobilisatie werd afgekondigd, werd ze — tegelijk met duizenden anderen die in de komst dezer verschrikking niet geloofd hadden — opgeschrokken. Eersteklas werkvolk van haar werf moest zich melden gaan, zoogoed als prullen. Haar voorman van de uitlijnerij moest naar de grenzen als soldaat, maar een klungel, die hem daarbij sedert jaren als een soortement automaat zonder hersenwerk hielp, mocht blijven. Ze vond dat maar lomp overlegd van bovenaf. En ook haar teekenaar moest zich melden.

Dat was op 1 Augustus.... een zwarte dag voor de Kroon-

Sluiten