Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ben je daarom misschien niet extra bang?"

,,'t Kan zijn juffrouw, 't kan zijn."

„En reken je misschien niet al te zeer met normale tijden ?"

„Dat kan ook zijn, juffrouw. Maar de gewone tijden komen altijd weer terug, 't Is slecht bouwen op wind."

„Maar als 't hard waait vliegen er spaanders."

,,'k Zou 't niet doen, juffrouw." En daarmee stond hij op. Ze keek hem aan, of beter gezegd, ze keek naar den langen vent op. Wat was die man miezerig: zeker omdat hij gesproken had over den ondergang van 't bedrijf thuis. Er zat geen furie in dezen manspersoon, geen durf. En er hamerde wat door haar hoofd, dat een waar koopman juist nu durf moest toonen, nü lagen er kansen bloot. Wat werd er in dezen wilden tijd niet voor reparatie besomd en hoe moest dat dan wel niet zijn voor nieuwbouw? Weliswaar moest het materiaal brandduur betaald worden, maar wat geeft dat? Als de aanneemsom navenant hoog is? En ze verdient liever dertig ten honderd van tienduizend gulden, dan van de helft.

Neen, de teekenaar heeft maar kort zicht op den tijd dien hij beleeft. Nu moest ze hier hebben dien feilen praatjesmaker, die haar indertijd al naar de zeebooten heeft willen drijven! Hoe zou zoo'n klepper vandaag aan den dag wel praten? Dat zou een lieve lust zijn om te hooren. Maar die zat onder de soldaten en zou daar wel blijven ook.

Ze schreef dien man een brief. Aan den Heer Leendert Streefkerk, Sergeant, 10e Heg. Inf. 2e. Bat. Ie. Comp. te Ede.... of hij eens wou komen praten, als hij toch verlof had. En eer de maand verstreken was, stond hij op een avond voor de directiekeet, in z'n veldgrijs.

„Daar moet thans gebouwd worden!" riep hij uit, nog voor ze hem haar plannen had onthuld. En daarmee mikte hij weer zijn eigen ruiten in. Want het plan had van haar moeten komen, niet van hem; niet van een knecht maar van de bazin.

Marius zag het kwaad weer groeien en was niet weg te

Sluiten