Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dat kan blokken geld kosten."

„Nooit. Want een klein zeeschip is altijd nog z'n geld voor de kustvaart waard."

„Wat wil je dan bouwen? Stoom of motor?"

„Stoom. Kolen worden in Limburg gewonnen. Olie moet van overzee komen. En ik zeg je: de zee gaat potdicht."

„Misschien wel zóó dicht, dat ze ons duzendtonnertje ook niet meer gebruiken kunnen met den tijd."

„Je verstaat den oorlog glad verkeerd. De schipper zal altijd varen blijven, zoolang hij een bodem onder zich heeft. Alleen zal de uitkomst van zijn vaart niet meer gewis zijn."

„En zal een reederij voor zoo'n ongewisse vaart schepen koopen ?"

„Vast en zeker. Als ze maar klein en snel zijn. Snel is eerste eiscli.... sterkte komt op de tweede plaats."

„Revolutiewerk ?"

„Oorlogswerk. Dat is toch maar voor tijdelijk."

„Hoe lang duurt dan de oorlog nog?"

„Jij denkt zeker.... hij is bij het leger.... 't is zijn vak om alles van den oorlog te weten. Ik denk, dat onze generaal het net zoomin weet als jij of ik. Maar doorvechten zullen ze, tót Frankrijk tegen de wereld leit.... of heel Duitschland. Zoo zie ik het. Heb je geld, juffrouw Cato?"

„Man, wat een astrante vraag."

„Toch is 't goed dat ik die stel. Want om te bouwen zonder aanvraag, heb je geld noodig. Je vroeg me, of ik hier wou komen. Ik kan je toch geen halven raad geven."

„Kost het veel, schat je?"

„Vandaag den dag ben ik uit de materiaalprijzen."

„Die staan rond 310 van normaal en nemen nog knap toe."

„Dan moet er rap besloten worden. Want voorraad is goud, zoo bezien. Je vraagt consent aan voor drie bootjes en begint met een. 't Staal voor de twee anderen sla je op."

„En als de prijzen kelderen?"

„Die kelderen pas na den oorlog. Wie vandaag koopt en niet verwerken laat, wordt slapende rijk."

Sluiten