Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Maar krijg ik consent voor zooveel materiaal zonder dat de schepen besteld zijn?"

„Als ik daarvoor zorg, juffrouw Cato.... zeg jij dan ja?"

„Maar wie teekent en wie bouwt?"

m"

„En je staat voor je dienst?"

„Jij vraagt voor mij verlof aan. De regeering zal oók inzien, dat het van belang is, dat de koopvaardij over kleine vrachtschepen beschikt. En ik schrijf zelf 't request. Doe je 't?"

„Eerst met Marius praten."

„Dan doe je 't niet. Je broer Marius, zoo wijd ken ik hem wel, is er op tegen."

„Zoo.... doe ik het dan niet? Zoo. Bemoei jij je eigen anders maar niet in familiezaken."

„Maar die gaan mij best aan!"

„Man, ben je gek?"

„Vast niet. Maar jouw familiezaken zijn de mijne, Cato. Want wij gaan samen bouwen; zeebootjes bouwen en als

dat slaagt, dan trouwen we!"

"Hè?"

„Dan trouwen we! Versta je me niet! Ja, krimp nou maar niet in elkaar; dan trouwen we! Of docht je, dat ik m'n kunde en m'n doorzicht en al m'n werkdrift aan jou geef voor een maandloon? 't Is een rauwe tijd, een groote tijd en 't is mijn tijd. Versta je me? Waarom geef je nou geen antwoord, Cato ? Ben je doof, of heb ik je geslagen i Gaan we 't accoord aan, Cato?"

Ze zit aschgrauw tegen 't beschot aan en haar schouders trillen. Heur oogen kunnen de zijne niet vangen, zóó beeft ze. Hemelsche -gerechtigheid: alweer een vent, die zulke astrante dingen tegen haar zegt. Wat is dat toch, wat is daar dan veranderd in haar postuur, sedert Bart Zwartewaal zijn lacherige kop tegen haar borst drukte, omdat de onterik haar hart wilde liooren kloppen, 't Lijkt wel, of ze sedertdien een veile meid is geworden, met tuclitige oogen. Wat zien al die mannen toch in haar oogen. Ze is

Sluiten