Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overwonnen. Maar waarom zegt ze dat dan niet? Woelt dat wat Bart Zwartewaal heeft losgeslagen zóó dwingend door haar gemoed, dat ze nu zelfs wel twijfelen moet, nu, terwijl zij ten trouw gevraagd wordt door een vent, die haar mindere is?

't Jong meidje dat zich dartel, mooi en begeerd weet, heeft makkelijk kiezen. Zou hardop lachend kunnen spotten met juffrouw Cato, die in haar een en veertigste duizelt.... omdat ze niet ja durft zeggen en het neen niet over haar lippen kan geprangd krijgen. Zoo'n kind, dat van. het leven alles vragen kan, heel fijn kiezen kan uit velen die rond haar vlinderen, heeft goed lachen. Maar voor Cato's oogen dreigt het zwarte gat der eenzaamheid en ouderdom. Ze is een manhaftige vrouw en desondanks — dat heeft Bart Zwartewaal al gezegd — niet alleenlijk geschapen, om schuitjes te flikken.

Als ze denkt daarin klaarheid te hebben en te weten dat ook zij haar rechten heeft op het huwelijksche geluk, komt weer die andere vraag op: of deze schavuit met haar trouwen wil, omdat ze hem dan in de gelegenheid stelt, zeebootjes te bouwen, of omdat hij een vrouw zoekt, die hem genegen is voor het leven, hun beider leven.

En als ze overweegt, hem dat te vragen, dan weigeren de woorden zinnen te worden, want die sergeant, wiens oogen dicht bij de hare zijn, is zoo ver van haar af. Met Bart had ze dat vermogen te bepraten. Hij zoowel als zijzelf, hadden er woorden voor gevonden. Maar die sergeant zijn oogen kijken van heel ver af naar de hare, naar heur haar en handen en hals. 't Is, of de sergeant haar bekijkt, met de oogen van een kat, die een huismuis heeft gevangen en spelend opeten gaat. Wat doen die oogen pijn, schamende pijn, als ze gericht zijn op je hals en borst. Wat is dat alles vreemd.... hoe is het denkbaar dat een baaswijf als zij, zóó weerloos zijn kan.

„Je zegt niet nee?" vraagt de sergeant, zelf ook verbaasd en zijn oogen blijven op haar. „We gaan een goeie toekomst tegemoet."

Sluiten