Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zult er nooit spijt van hebben, meid; ik zal voor je werken als een paard. En we zullen gelukkig zijn."

„Hou je van me?", vraagt ze in de klem van z'n handen.

„Wat is dat voor een vraag! Zou ik met je trouwen willen als ik je niet graag mocht?"

„Dat is het rechte en ware antwoord niet. Wat voel je eigenlijk, man?"

„Dat weet je toch, Cato. Ik wd met je trouwen. Ben je soms niet goed? Je ziet bleek, je doet zoo vreemd."

„Jij doet vreemd, man. Zie je niet, dat je vreemd doet?"

„Omdat ik met je trouwen wil?"

„Omdat je met me trouwen wilt."

„Maar Cato, ben jij minder dan een ander? Waarom zouden wij niet trouwen?"

„Ik ben een oude vrouw."

„Jong zal ik je maken."

„Hoe? Jij? Me jong maken?"

„Welja; je bent niet oud. Je denkt dat alleen maar, sloof. Als je maar eerst met me getrouwd bent, zal 't leven heel anders voor je worden. Je bent, gelijk je nu doorleeft, maar een werkezel."

Wat zegt hij daar? Heeft hij dat van Bart Zwartewaal gehoord? Of zeggen alle mannen datzelfde? Ze kent de mannen niet van dien kant; ze kent ze alleen als knecht èn als klant. Maar sedert de Semper Avanti op haar werf is uitgebutst, spreken mannen met haar over andere zaken, over de dingen van haar eigen geluk. Die teekenaar wil haar dus jong maken; jong, dat is immers gelukkig. En daarbij heeft hij nu eens eindelijk niet gesproken over bouw van zeebootjes. Zou het dan tóch om haar zelfswille gaan en niet om de zeebootjes? Ze klampt zich daaraan vast, hoewel ze niet vatten kan, wat die man in haar zoekt. Wat drijft een man naar een vrouw? Maar jij dan.... Cato!

vraagt ze ineens zichzelve af: wat dreef jou naar den man Bart Zwartewaal, aan wien je jezelve overgeven wou en daarom smeekte?

Maar Bart is een krachtige vent, een kerel waar vrouwen

Sluiten