Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja," is haar antwoord: alleen dat."

„En mag ik weten, of je ook mij om m'n inborst trouwen zou, of.... omdat ik je voorthelpen kan? Of omdat je misschien graag getrouwd wil zijn?"

„Ik wil eerlijker zijn, dan jij," zegt ze weerom: „ik heb nog nooit aan jou gedacht als aan m'n man. Je bent m'n teekenaar geweest, ik zag je dag aan dag en al had het honderd jaar geduurd, ik had er geen pink voor verroerd, of je er was of niet. Alleen voor 't bedrijf."

„Dus je zou me nemen, om 't bedrijf?"

„Ja."

„En ook omdat je misschien getrouwd wil zijn?"

Hier aarzelt ze. En na wat beraad is haar wederwoord: ,,'t Is me eender; ik wil alleen maar gelukkig zijn, hoe ook."

„Jij houdt niet van me, Cato?"

„Nee."

„En toch jaag je me niet weg?"

„Ik wil nadenken."

„Denk je, dat je ooit van me kan gaan houden, Cato?"

„Nee."

„En toch besluit je niet, me ineens af te wijzen."

„Misschien kan ik gelukkig met je worden, zonder dat we aan verliefderigheid doen."

„Er zal toch liefde moeten zijn in een huwelijk."

„Heb ik daar wel aard voor?"

„Aard voor? Mensch, je bent een vrouw, waar een man voor van de brug afspringt in het ruim. En je hebt nog een heel leven voor je. Je zult nog wel leeren van een man te gaan houden."

„Maar ik vertrouw die mooie praatjes niet, Leendert, heel niet. En als jij m'n antwoord naderhand wil weten, ga nou dan heen en neem dit woord mee: als ik ja zeg, dan is 't voor 't bedrijf. Omdat ik denk, dat jij in dezen tijd er wat van maken kan. En na wat hier vanavond is gepasseerd, kan je als ondergeschikte hier nooit meer komen."

Sluiten