Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Nee, maar die teekenaar wel. Hoe zal 't gaan, als m'n buurvrouw in kommer komt te verkeeren? Wie zal dan bijspringen? Marius. En daar reken jij op Cato."

„Ik reken er op, dat mijn werf floreeren zal."

„Begin dan in Bommelerskonten, dat is me wel zoo aangenaam."

„Ik kan beginnen waar ik wil, al was 't neven je stoep."

„Nee, Cato want ik heb dat hier zien groeien bij jou. En ik heb tot naaste jaar optie op de waard tot den eersten oven. Ga naar den Notaris, daar staat het beschreven."

„Dus je zou me den grond onder 't lijf wegkoopen."

„Met alle liefde en pleizier. Als je van me wegtrekt, ben je een vreemde, minder dan een vreemde voor me."

„Man, hoe kan je zoo hard zijn."

„Van jou geleerd, Cato. Maar 't is om je bestwil, neem dat van me aan. Wie moet de boedel deelen? Oome Gerrit? Of een vreemde?"

„Maar hoor nou toch, Marius. Ik weet het nog anders. Ik ga trouwen."

„Zing die smerige wijs nou niet nog eens. Ik weet het al: jij gaat trouwen, trouwen met een knecht."

„Wou je me nog grieven ook? Wat heb jij op Leendert Streefkerk aan te merken?"

„Niks, dan dat het een nakende neet is, die op jouw centjes aast. Zie je dat dan niet? Hij is amper vijf en dertig. Wat zoekt hij bij een oudere vrouw?"

„Zoo.... jij kan dus harten en nieren proeven. Dat is knap, Marius. Maar ik zal je dan toch nog m'n voorstel doen. Ik ga trouwen. Welnou, Marius.... doe het ook. Neem óók een vrouw. Dan blijf jij niet alleen en versta je beter m'n doenwijs dan nou."

„Ik ga eer aan m'n eigen doodkist timmeren, dan aan een trouwkoets. Wil jij, dat een man van drie en veertig jaar in 't avontuur springt? Omdat m'n zuster de razernij niet weet te onderdrukken? Ik haak naar geen bijslaap."

„Kan je nóg kwaaitongiger zijn, Marius?"

„Ja, dat kan ik. En dan komt jou dat toe ook. Ik heb

Sluiten