Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in haar werksche kleer op de beddesprei en haar lijf schokte, als hadde ze pijn. En toen het vroege ochtend was, lag ze nóg zoo, koud en met stramme leden. Toen ze loom ter been kwam, dacht ze ineens aan Marius en toen aan haar toekomst, toén aan Leendert Streefkerk, den teekenaar.... haar teekenaar. Ze liep naar den spiegel en keek haar eigen aan. Ben ik nou oud — docht ze — of hel) ik zoo slecht geslapen? Kom.... ik ga me wat opknappen. Toen ze daarmee doende was, hoorde ze ook Marius al door den huis. Aan zijn manier van loopen wier ze al gewaar, dat haar broer heel niet in zijn gewone doen was. Het wier dus meenens. Goed.... ze nam alles aan, wat haar werd overgezonden. Ze was zoo berustend als een veroordeelde. Alle twijfelgedachten.... of het wel goed was, wat ze deed en of ze haar ongeluk soms niet inliep, zooals

Marius meende waren al overwonnen. Haar besluit lag

ver achter haar en daar was een slagboom tusschen neergelaten; ze kon niet meer terug.

Ze kleedde zich aan met haar beste kleer. Want ze wou niets meer vragen en ook niet meer afwachten, of Marius soms van zinnens veranderd was. En toen ze zoo aangekleed tegenover hem stond, zag ze: hij schrok. Maar ze deed, of ze dat niet waarnam. Want wat gisteravond gepasseerd was, moest maar niet herhaald worden.

Lang keek Marius haar aan. Toen zei hij: „Goed, we gaan samen naar den Notaris en naar de bank. Ik had kunnen weten, dat je besluit niet veranderen zou. We zijn van denzelfden Vader."

„Ga waar je gaan wilt, Marius, maar je gaat alleen. Docht je, dat ik nog meer wijzen raad op mijn weg meekrijgen wil? Ik ga naar Leendert Streefkerk. Hij heeft gisteravond een boodschap gestuurd, hij zit bij Christensen en wacht op me."

„Wat, Cato! Ga jij dien avonturier nog naloopen ook. En nog wel bij de geburen. Ben je dan heelemaal je ponteneur verloren?"

„Man, raas niet. Zal ik mijn toekomstigen man niet vol-

Sluiten